Vriezeganzen
Frederik Lucien De Laere
1.
Ze zijn er, de band met de polder
is sterk: in het zwerk zien we ze dalen
in honderdtallen, neerstrijkend in de winterstal:
het vlakke land geijkt in het geheugen.
De vlucht naar Vlaanderen vindt hier
een einde, een zalige einder,
een uitgelezen bestemming,
een land van melk en honing.
2.
Het team werkt
aan een gezamenlijk vooruit, een slipstream,
klapwiekend, met nasaal wink-wink-ke-wink
wijken zij massaal
uit het noorden, vliegen op
als de wind hen zint
naar zuidelijker oorden.
3.
Het paar blijft
eens het uit een trio is gevormd
en met brio een triumfgeschrei aanvat,
na het dreigen komt het ei,
de koppen bij elkaar,
de nekken gestrekt naar
de toekomst, begrijpend elkaar
met een enkele gak.
4.
Het gebroed lonkt,
ze zeggen het donker vaarwel
en stijgen op, neigen naar de pool,
de eeuwige lichtbron, een zon
die niet ondergaat, de vijand
zichtbaar maakt en in de klaarte
aan zijn prooi verzaakt.
Aan de rand van het ijs
lijsten nesten op.
5.
Groot onderhoud voor een nieuwe slagorde:
het kleed vervangen, zwijgzaam,
met alle pennen samen zij aan zij zijn zij
geruid en vliegvlug, hoog in Spitsbergen
trotserend het min,
verlangend naar een nieuw begin.
6.
Donsgepluk: het lukt aardig
het leggen ei voor ei,
het stap voor stap levengeven
in de toendra, zuiver toeverlaat.
Het broeden in het barre
gaat door tot de stilte breekt,
tot de blik verweekt, en de kuikens
hoorbaar bij ‘t ontluiken…pieperdepiep.
7.
De voorraad onder de veren
is de vrucht van het tafelen,
de taferelen in de wei te Damme,
het bijna Bourgondisch vergaren
van gras, oogstrestant, reserve
voor de verre reis naar het ijs,
het Arctisch park.
8.
De kop op en hop, ze smeren ‘m
in looppas tot de vleugels opheffen
de volronde last om het treffen
te voorkomen met vos of mens.
Het hens aan dek lekt brandstof
voor winterkou, het gevaar is vaak
het bibberen niet waard.
9.
Hun overwinteren windt op:
in de kijkhutten wordt het krap,
men zet zich schrap voor het spotten
en het tellen, het telkens weer
bestuderen, registreren, coderen.
De ringen als pas, traceerbaar
medium, routeplanner.
10.
De aankomst blijft mystiek:
het home sweet home van elk perceel
verbaast vriend en vijand:
de tand des tijds heeft geen invloed
op het komen en gaan, het wel en wee
van deze luchtstoet, van dit ganzenspel.