Tafelen te Damme in Vlaanderen 
Frederik Lucien De Laere
te Damme
werden de ganzen geteld en de alen gevild,
het brood in rood-witte zakken besteld,
men kwam toegesneld voor de milles feuilles,
men kwam kijken met Eckhart Kuijken,
men at taart langs de vaart
te Damme
waar bakker Heyneman
zijn klanten bemoederde en bepoederde met bloem,
confituur aan een fietsstuur wreef en dames
met een konijnenpoot vereerde, hij bakte fratsen
waar tante Angèle edel, eervol, gezwind
serveerde en het uithield met
een man die schuinmarcheerde
te Hoeke
bij Myriam
waar de visser vroeger zijn maal kliste
wanneer hij tenminste niet aan de toog hing
en dan droogvis haakte,
te Lapscheure waar Paul Karre
van deur tot deur reed en elke dag
de eerste en de laatste was
in ’t Nieuw Gildenhuis
te Vivenkapelle
waar de Kapel van Viven
een gouden gloed verleent
niet gekruid, gefruit of gezoet
maar eerlijk, vinnig en vitaal
zoals een bier zijn moet
waar men in de ijshoeve
het ijs in vijftig smaken
kan proeven
de vijftig troeven van de blauwe koe
te Sijsele
waar de Damse mokke lacht,
het kaasmeisje
dat menig man doet smachten
naar haar blanke ronding, haar witte pit
te Brugge
waar in een praline
een Dams sprookje
met elixir en marsepein
tot leven wordt gewekt:
een kleine cascade met chocolade
te Damme
waar Maerlant en Uilenspiegel fiere bieren zijn
nu helden, haring en wijn zijn verdwenen
maar niet de muze en de vriendschap,
want veel stoute klap en ontboezeming
kunnen wij aan ’t bier ontlenen
te Damme
waar men in ’t Wapen eindeloos
palaveren kan, laveren
tussen droom en daad
enkel bij pint of ander nat
want hier schaft de pot niet
te Damme
waar de pannenkoek al veertig jaar
heerlijk smaakt,
of in de Oostkerkse polder
waar wilde paling troef is
en grillade met salade,
of een beetje vlees, een beetje vis
de kolder, de leuze en de list is.
te Damme
aan tafel
waar jong en oud
ontdekker is en lekkerbek,
waar men van het uitzicht geniet
en de kok de papillen streelt
als de wind het riet.